Hondenschool Direct Velswijk Prikbord

ANSTIGE HOND      LICHAAMSTAAL      RANGORDE      BOEKEN      CASTRATIE REU      STERILISATIE      INENTINGEN      AANSCHAF PUP      ZINDELIJK    

Voordelen: Castratie reu

Castratie heeft een gunstige invloed op het voorkomen van hormonaal geÔnduceerde aandoeningen;
bij de meeste reuen (89 tot 100%) verminderen of verdwijnen de klinische symptomen van
testosterononafhankelijke aandoeningen als voorhuidontsteking, prostaatvergroting, teeltbalkanker en vermindering van perianale tumoren.

Castratie lijkt (in ong. 60% van de gevallen) een positief effect te hebben op agressie naar andere reuen in het geval dat dit onder invloed van testosteron staat/ in de buurst van loopse teven
plaatsvindt. Ook agressie buitenshuis o.i.v. testosteron naar vreemde teven en mensen afneemt, maar minder vaak (slechts 25% van deze probleemgevallen lijkt castratie te helpen).
Tijdstip van castreren is hierop van invloed; hoe jonger de castratie, hoe meer je er op dit vlak van mag verwachten. Overigens heeft castratie geen invloed op territoriale agressie.

Een van de gedragsproblemen die wel aanzienlijk verbeteren na castratie, is het weglopen/of zwerven (90% van de reuen laat afname zien).
De kans dat een gecastreerde reu nog op vrijersvoeten gaat wanneer er een teef in de buurt loops is, vermindert dus aanzienlijk. Ook het urinemerken (“pootje lichten”, markeren) op diverse plaatsen (en dan met name in huis) vermindert bij 50% van de reuen na castratie.

Tenslotte wordt in een onderzoek gemeld dat seksueel gedrag naar soortgenoten, met name bestijggedrag, bij tweederde van de reuen een vermindering zal geven. Verder kan castratie ook overwogen worden bij bestijggedrag naar mensen, mits hormonaal gestuurd.


Nadelen: Castratie reu

Bij 4 tot 6% van de gecastreerde reuen is in verschillende onderzoeken een toename in agressie gemeld.
Helaas wordt niet vermeld om welke type agressie het gaat, maar vermoedelijk gaat het om angstagressie. Castratie heeft geen gunstige invloed op agressie die ontstaat ten gevolgde van angst.
Sterker nog: reutjes worden vaak wat onzekerder na hun castratie, waardoor de angstagressie zelfs zou kunnen toenemen!

Nadeel is dat de stofwisseling bij een reu na castratie verandert (deze wordt lager, ‘efficiŽnter’).
Bij iets minder dan 50% van de reuen wordt ten gevolge van die veranderde stofwisseling een toename in lichaamsgewicht en eetlust, en een afname in activiteit gemeld. Als de eigenaar zich niet houdt aan het advies van 20 - 25% reductie van het rantsoen of meer beweging, zal de reu dus dikker worden.

Vooral bij (half) langharige honden zal de vacht van conditite en structuur veranderen, waardoor het onderhoud van de vacht lastiger wordt.

Er zijn aanwijzingen dat bij gecastreerde reuen de kans op het ontstaan van kwaadaardige prostaatkanker juist groter is dan bij intacte reuen (dit neemt niet weg dat bij prostaatproblemen
ten gevolge van hormonale stimmulatie een castratie wel degelijk geÔndiceerd is!).

Het risico op het hartprobleem hemangiosarcoma (een kankervariant) neemt toe met een factor van 1.6.
Het risico op vertraagde schildklier verdrievoudigt

Verdubbelt het (kleine) risico (minder dan 1%) op blaaskanker.
Verergert het risico op botproblemen
Verergert het risico op ent-reacties.

Op de een of andere manier worden reuen na castratie soms onweerstaanbaar voor reuen die nog ‘intact’ zijn. De intacte reu kan hierdoor opdringerig gedrag naar de gecastreerde reu vertonen, wat tot agressie van de laatste kan leiden.

Bij de KNJV jachthondenwedstrijden mogen alleen nog C - B- proeven worden doorlopen en uiteraard worden de gecastreerde reuen niet toegelaten op officiŽle hondententoonstellingen.

Een reu kan tegenwoordig ook gesterilliseerd worden (onderbreken van de zaadleiders).
Vooral hiervan is onder andere dat de reu ‘intact’ blijft (niet alleen qua uiterlijke kenmerken, maar ook hormonaal) en dus kan blijven deelnemen in hondententoonstellingen.

Chemische castratie:

Tijdelijke castratie d.m.v. een implantaat dat, net als een identificatieschip, met een injectie onder de huid wordt ingebracht. Het zeer kleine staafvormige implantaat geeft een voortdurende lage dosering hormoon af dat effect heeft op de productie van de geslachthormonen van de reu.
Het implantaat zorgt namelijk voor een remming van de productie van deze hormonen met als gevolgd een tijdelijke onvruchtbaarheid.
 

Suprelorin. Het bevat GnRH, een hormoon wat in de hersenen wordt gemaakt en via via de ballen aanstuurt tot het maken van testosteron.
Normaal gesproken doen de hersenen dit door kleine pulsjes, dus steeds kleine hoeveelheid GnRH afgeven. Het implantaat zorgt voor een continue afgifte,waardoor het systeem als het ware overprikkeld raakt en het systeem lost het op door ongevoelig te worden voor GnRH en een gevolg is dat de ballen dan niet meer
aangestuurd worden tot het maken van testosteron en testosteron zal dan dalen).

Een nadeel van het implantaat is dat door dit werkingsmechanisme eerst een verergering van klachten zou kunnen optreden,
voordat testosteron productie tot het nulpunt is gedaald (door de aanvankelijke stimulatie...!).
Bij de meeste reuen is testosteron binnen 2-3 weken laag. Voordeel is dat als het eenmaal werkt, je het effect kunt beoordelen van het wegvallen van testosteron alleen.
Je kunt hiermee dus ook  voorspellen of castratie een oplossing zou kunnen zijn. Je kunt ook het implantaat herhaaldelijk toedienen.
 

Er zijn nauwelijks bijwerkingen bekend. De werkingsduur is afhankeljik van het type implantaat (4.7 of 9.4 mg).
Bij de 4.7 mg werkt het gemiddeld een half jaar, maar bij sommige honden wat korter (4-5 maanden) en soms ook langer (tot ongeveer een jaar).

 
Ook is het mogelijk een medicijn toe te dienen, genaamd ‘Zelkene’ wat de eigenschap heeft
de reu wat af te vlakken in zijn “dominante” gedrag. Hiervoor verwijs ik u naar de dierenarts.

 

COPYRIGHT@HONDENSCHOOLDIRECT.NL

Naar boven